Nogmaals een Doetinchemse likeurfles

In een eerder artikel heb ik uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis van de Doetinchemse distilleerderij en likeurstokerij Van Enst & Co (1869-1927).[1] De aanleiding voor dat artikel was een prachtige fles die ik onder ogen kreeg uit het bezit van Rob Faassen. Die 29,5 cm hoge langhalzige fles, van een model dat in verzamelaarskringen bekend staat als een ladies leg, is mondgeblazen in een dip mould en heeft een zegel (cachet) op de schouder met de tekst VAN ENST & Co / DOETINCHEM / HOLLAND. Een uniek exemplaar, zo meende ik, daar mij van dit Doetinchemse bedrijf geen andere flessen bekend waren uit museale of particuliere collecties. Maar daarin is thans verandering gekomen.

In februari 2021 zond Jan Wanders uit Zwartemeer (gemeente Emmen) mij enkele foto’s toe van een fles die vele decennia lang in de vestinggracht van Coevorden heeft gelegen. Bij uitbaggering van de gracht is de fles, wonder boven wonder, onbeschadigd boven water gekomen. Degene die de fles vond was een oomzegger van Jan Wanders, te weten Hein Helmich uit Klazienaveen. Het betreft een fles van 23,5 cm hoog, eveneens donkergroen van kleur en geblazen in een dip mould, met net zo’n sierlijke hals als de fles van Rob Faassen, maar met een bolvormig lichaam. De fles heeft, net als de fles van Rob Faassen, een strijkmaat van 80 cl dus vermoedelijk heeft de netto inhoud 70 cl bedragen. Op de achterzijde van het bolvormige lichaam staat in twee gekromde tekstregels VAN ENST & Co / DOETINCHEM (HOLLAND) terwijl de voorzijde gekenmerkt wordt door twee halve cirkeltjes in glasprofiel. In de uitsparing tussen die halve cirkeltjes kon met rode lak een zegel worden aangebracht. Vermoedelijk was de fles uitgemonsterd met een smal lint dat over de hals tot op (of beter gezegd onder) het lakzegel liep.

De fles dateert in elk geval niet uit de periode 1869-1879. In die beginjaren van de Doetinchemse likeurstokerij was het bedrijf slechts van lokale betekenis en werden nog geen producten naar het buitenland geëxporteerd. Dus was er ook geen reden om flessen in omloop te brengen met het opschrift Holland. In de jaren 1880-1885, toen het afzetgebied werd verruimd en ook met exporteren een aanvang werd gemaakt, timmerde de Doetinchemse likeurstokerij aan de weg als Van Enst, Kruijmel & Co, dus ook uit die periode kan de fles beslist niet stammen. Derhalve moet de fles dateren van na 1885. Omdat het blazen aan de pijp in dip moulds rond 1910 door de komst van flessenblaasmachines in onbruik raakte, mogen we er tevens vanuit gaan dat deze fles van vóór de Eerste Wereldoorlog moet zijn.

De volgende vraag die zich opdringt is waarvoor deze fles is gebruikt. We weten dat Doetinchemse distilleerderijen – naast Van Enst waren dat de firma’s Ketjen & Boddendijk (1820-1842), Ketjen & Zoon (circa 1855-circa 1930), Van Perlstein & Zoon (1864-1999) en Gokkes (1887-1904) – uitblonken in drie soorten producten. Aanvankelijk waren dat vooral bitters en elixers, en in de laatste decennia van de negentiende eeuw kwamen daar nog likeuren en advocaat bij. Voor deze producten werd ook afzet in het buitenland gezocht: voor de bitters en elixers vooral in de overzeese koloniën en voor de likeuren en advocaat vooral in Duitsland. Gezien de vorm en kleur kan worden uitgesloten dat deze fles voor advocaat is gebruikt. Voor dat product werden uitsluitend witglazen flessen gebruikt van een model dat geschikt was om een dikke lobbige vloeistof uit te kunnen schenken/schudden. Voor bitters en elixers werden gewoonlijk flessen gebruikt van een rechttoe-rechtaan model. Grote kans dat de fles van Rob Faassen een product als Boonekamp maagbitter of elixer longae vitae heeft bevat. Dan blijven dus likeuren over als meest waarschijnlijk inhoud van deze bolvormige fles. Wat voor likeuren? Ongewijfeld exquise Hollandse likeuren, denk aan producten als kummel, crème de cacao of crème de menthe. Maar vanwege die cirkelvormige uitsparing voor een lakzegel plus lintje zegt mijn gevoel toch vooral dat dit een fles moet zijn geweest voor triple sec sinaasappellikeur.

Kort nadat ik een artikeltje over de bolvormige triple sec-fles van Jan Wanders had geschreven kreeg ik opnieuw een berichtje, ditmaal van de gerenommeerde flessenverzamelaar Peter Vermeulen. Hij bleek twee flessen van distilleerderij en likeurstokerij Van Enst & Co in zijn collectie te hebben! Eén fles die min of meer identiek is aan de fles van Rob Faassen, dus een eind negentiende eeuwse ladies leg voorzien van een zegel en met een strijkmaat van 80 cl. Ooit op de kop getikt voor een redelijk bedrag in Plön (Sleeswijk-Holstein). De andere fles heeft eveneens een zegel maar is slechts 22,5 cm hoog en heeft een strijkmaat van 40 cl. Bovendien heeft dit flesje een rechte hals zonder wulpse welvingen. Peter Vermeulen herinnert zich dat hij dit flesje gekocht heeft op de Parijse maché aus puces bij het Gare du Nord. Ik vermoed dat dit ‘halve’ flesje eveneens een bitter of elixer heeft bevat. Bitters en elixers waren relatief prijzige producten. Voor veel consumenten was de drempel voor de aanschaf van een hele fles bitter of elixer net te hoog, dus vandaar dat deze producten ook in halve flessen werden gebotteld. Het feit dat Vermeulen zijn twee flessen in het buitenland heeft gekocht onderstreept mijns inziens dat Van Enst & Co het vooral van de export moest hebben.

 

 

 

© Peter Zwaal, 2021

Een eerdere versie van dit artikel is verschenen in het glashistorisch tijdschrift De Oude Flesch 42 (2021) 1 (maart) [#164] p.16-17.

[1] Roelof van Enst en Salli Gokkes : Doetinchemse likeurstokers in de schaduw van Van Perlstein | Peter Zwaal